“En het geluid van een grote windmolen is ’s nachts erger dan bijvoorbeeld een voorbijrijdende vrachtwagen.” Althans, dat zei VVD-kamerlid Neppérus onlangs in de Telegraaf. Zij is van mening dat vanwege nieuwe regels voor geluidshinder – ingesteld door demissionair minister Huizinga – herriemakende windmolens onterecht alle ruimte krijgen. De vrees van het Kamerlid betreft vooral het windmolenpark dat bij Urk moet verrijzen: horen en zien zullen je vergaan. Nu heeft Atoomstroom ook kanttekeningen gezet bij windmolens, maar dan op grond van de enorme hoeveelheid belastinggeld die grootschalige toepassing vergt - en vanwege de aanslag op de vogelstand.
Maar met die windmolens is meer aan de hand. De bezwaren van de burgers betreffen tot nu toe vooral de horizonvervuiling. Concentratiekampen met windmolens, zegt Jan Mulder, om de bevolking en het landschap in één klap ziek, duizelig en misselijk te maken (23 juni 2010). Eerlijk is eerlijk, hier zien we toch een parallel met kernafval - en met de opslag van CO2. We willen het allemaal niet in onze ‘achtertuin’ en al zeker niet in onze ‘voortuin’. De Urkers willen geen windmolens, de Barendrechters geen CO2 en de Groningers geen kerncentrale. De Groningers mogen dan geen kerncentrale willen (al willen de Zeeuwen dat dan weer wel) ín hun tuin, als het aan de landelijke overheid ligt krijgen ze daarvoor in de plaats CO2 ónder hun tuin.
Duurzaam of niet-duurzaam, fossiel of niet fossiel, er kleven altijd nadelen aan. Hoever zijn we bereid te gaan om hier rekening mee te houden? Want als de voordelen duidelijk zijn, moeten we daar wat voor over hebben. Toch? Opmerkelijk is dat protesten zich vooralsnog niet tegen de kosten richten. Al wordt hier en daar gemord over de enorme subsidiestroom richting windenergie en de duizelingwekkende hoogte van de energiebelasting. En wat te denken van foute kolen? Het probleem is gesignaleerd en daar is het vooralsnog bij gebleven.
De burger klimt daar allemaal de barricades niet voor op. Dat gebeurt pas bij een dreigende invasie van de eigen, directe leefomgeving. ‘Denkend aan Holland zie ik uitgestrekte wijken met blauwe, oneindig verblindende daken, rijen ondenkbaar hoge molens gierend aan den einder staan’? Zover zal het dus wel niet komen. Blijft over wat Marsman, reeds in 1936, voorzag:
de lucht hangt er laag
en de zon wordt er langzaam
in grijze veelkleurige
dampen gesmoord
Wat gaan we daar aan doen? En wel zo dat ons uitzicht niet wordt verpest en onze nachtrust niet wordt verstoord. Beter nog: zonder besmette kolen en zonder een onafzienbare subsidiestroom.
Berichten weergeven met het label Nepperus. Alle berichten weergeven
Berichten weergeven met het label Nepperus. Alle berichten weergeven
Abonneren op:
Berichten (Atom)

